Lessentabel vierde jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het derde jaar koos je volgens je belangstelling, je motivatie en je aanleg voor:
Grieks – Latijn (wiskunde 5u of 4u), Latijn (wiskunde 5u of 4u), Economie (wiskunde 5u of 4u) of voor Wetenschappen ( wiskunde 5u).

GRIEKS-LATIJN
Deze richting wordt gekozen door leerlingen met een sterke literaire en culturele interesse. Ze biedt een stevige theoretische taalbasis en laat je via de vergelijking van oude en moderne talen ook de taalevolutie ervaren. Doorheen het rijke aanbod van teksten krijg je ook inzicht in de menselijke communicatie en de culturele ontwikkeling van Europa. In deze richting wordt naast het talenaanbod ook een voldoende basis in wetenschappen meegegeven. Leerlingen die wensen door te stromen naar de klassieke richtingen met de wiskundige component in de 3de graad, kiezen voor wiskunde-leerweg 5u. Leerlingen die minder talent in wiskunde hebben, kiezen voor wiskunde-leerweg 4u. Leerlingen kunnen maar veranderen van wiskunde-leerweg 5u naar 4u bij het begin van het schooljaar of bij het begin van het 2de trimester.
Wie kiest voor de studierichting Grieks-Latijn kan in de derde graad doorstromen naar:

  1. de wiskundige en wetenschappelijke richtingen in de Latijnse humaniora:
    • Latijn - wiskunde A (8u wiskunde, 3u wetenschappen)
    • Latijn - wiskunde B (6u wiskunde, 5u wetenschappen)
    • Latijn - wetenschappen
    • Grieks - wiskunde A (8u wiskunde, 3u wetenschappen)
    • Grieks - wiskunde B (6u wiskunde, 5u wetenschappen)
  2. de taalrichtingen:
    • Grieks - Latijn
    • Latijn - moderne talen

Een overstap naar een studierichting zonder klassieke taal is vanzelfsprekend ook mogelijk.

LATIJN
De richting Latijn brengt een veelzijdige vorming. De keuze voor één klassieke taal legt de nadruk op het taalkundige en culturele aspect van deze richting. Deze studie biedt een stevige theoretische taalbasis en laat je via de vergelijking van een oude taal en de moderne talen ook de taalevolutie ervaren. Doorheen het aanbod van teksten krijg je inzicht in de menselijke communicatie en de culturele ontwikkeling van Europa. Leerlingen die wensen door te stromen naar de klassieke richtingen met de wiskundige component in de 3de graad, kiezen best voor wiskunde-leerweg 5u. Leerlingen die minder talent in wiskunde hebben, kiezen voor wiskunde-leerweg 4u. Leerlingen kunnen maar veranderen van wiskunde - leerweg 5u naar 4u bij het begin van het schooljaar of bij het begin van het 2de trimester.
In de wetenschapsvakken fysica en chemie wordt naast het basisprogramma heel wat tijd voorzien voor labowerk. Daarom zijn er telkens 2 lesuren per week voorzien. Leerlingen in deze studierichting zijn theoretisch ingesteld en gefascineerd door structuren. Ze zoeken graag naar oplossingen voor vraagstellingen zowel in de wiskunde als in de taal. Een goed geheugen en het doorzettingsvermogen om de verworven kennis voortdurend te onderhouden zijn vereist.
In de derde graad kunnen deze leerlingen doorstromen naar een brede waaier van studierichtingen afhankelijk van hun aanleg en interesse:

  1. de wiskundige en wetenschappelijke richtingen in de Latijnse humaniora:
    • Latijn - wiskunde A (8u wiskunde, 3u wetenschappen)
    • Latijn - wiskunde B (6u wiskunde, 5u wetenschappen)
    • Latijn - wetenschappen (4u wiskunde, 6u wetenschappen)
  2. de taalrichtingen:
    • Latijn - moderne talen

Een overstap naar een studierichting zonder Latijn in de wetenschappelijke humaniora is
vanzelfsprekend mogelijk.
Wie naar de economische humaniora in de 3de graad wil overstappen, is bereid een
inhaalbeweging voor economie te maken.

ECONOMIE
Het vak Socio-economische initiatie (SEI) in de 2de moderne heeft de leerlingen kennis laten maken met het studiedomein economie. In de 2de graad wordt het gehele economische gebeuren praktisch maar vooral theoretisch onderzocht. Een goede intelligentie en een ruim inzichtsvermogen zijn noodzakelijk. Omdat economie meer dan ooit internationaal is, wordt in deze richting een uitgediepte talenkennis nagestreefd. Leerlingen zijn bereid hun mogelijkheden voor moderne talen ten volle te ontplooien. Leerlingen die wensen door te stromen naar richtingen met de wiskundige component in de 3de graad, kiezen voor wiskunde-leerweg 5u. Leerlingen die minder talent in wiskunde hebben, kiezen voor wiskunde-leerweg 4u. Leerlingen kunnen maar veranderen van wiskunde - leerweg 5u naar 4u bij het begin van het schooljaar of bij het begin van het 2de trimester. In de positief-wetenschappelijke vakken wordt het basispakket wetenschappen aangeboden, telkens met 1 lesuur per week. Bij de leerlingen zijn een vastberaden werkzaamheid en zin voor orde en nauwkeurigheid vereist.
Deze leerlingen kunnen in de 3de graad doorstromen in de richting

  •  Economie - wiskunde 6u met het accent op wiskunde
  •  Economie - moderne talen met het accent op talen

Leerlingen kunnen ook overstappen naar Humane wetenschappen ASO (buiten het college) en naar verschillende richtingen in het technisch onderwijs (o.a. het handelsonderwijs buiten het college).
De doorstroming naar de studierichting Moderne talen - wetenschappen behoort ook tot de mogelijkheden. Een leerling uit de studierichting Economie (wiskunde - leerweg 5u) kan slechts in individuele gevallen doorstromen naar de studierichting Wetenschappen - wiskunde 6u.

WETENSCHAPPEN
Deze studierichting streeft een brede vorming na met een evenwicht tussen de verbaal-literaire component (moderne talen) en de exact-wetenschappelijk component (wiskunde en wetenschappen). De aanleg tot wiskundig abstraheren en tot doorgedreven taalvaardigheid en taalstudie moet blijken uit de resultaten van het tweede jaar. De leerlingen zijn bereid zowel voor talen als voor positieve wetenschappen hun geheugen te trainen en volhardend te werken. In de derde graad gaan deze leerlingen normaal verder naar één van de richtingen in de wetenschappelijke humaniora:

  • Moderne talen - wetenschappen
  • Wetenschappen - wiskunde 6u of Wetenschappen - wiskunde 8u

Wie naar de economische humaniora in de derde graad wil overstappen, moet bereid zijn een inhaalbeweging voor economie te maken. Ook de studierichting Humane wetenschappen (ASO) behoort tot de mogelijkheden.


In het vierde jaar kan je in de studierichtingen Economie en Wetenschappen het vak geschiedenis volgen in het Engels.
Via CLIL slaan leerlingen twee vliegen in één klap: terwijl ze het vak geschiedenis, een niet-taalvak leren, verbeteren ze tegelijk hun taalvaardigheid in het taalvak Engels. Je zal de Engelse taal sterker beheersen maar ook gemotiveerd zijn om de leerstof van geschiedenis stevig onder de knie te krijgen. Je vakleerkracht evalueert in de eerste plaats je kennis van de leerstof en daarnaast krijg je een feedbackrapport over het vorderen van je taaldoelen in het Engels.
CLIL-onderwijs sluit prima aan bij de manier waarop mensen taal van nature uit aanleren: in een authentieke omgeving met veel interactie. Dat zorgt voor een grote motivatie. CLIL biedt ook leerkansen om vaker en in verschillende situaties een vreemde taal te spreken. Dat vergroot de spreekdurf. Daarnaast is er ook veel aandacht voor leerstrategieën en voor taalconstructies. Die inzichten kunnen leerlingen inzetten bij het studeren van andere vakken.